Scherptediepte

Jump to: navigation, search

Scherptediepte (Engels: Depth of Field) is het verschijnsel dat een lens of objectief dat een scherp lijkende afbeelding van een voorwerp op een vlak, bijvoorbeeld een filmvlak in een camera, projecteert. Voorwerpen die dichter bij of verder weg liggen dan het voorwerp waarop scherp is gesteld, worden dan onscherp weergegeven. De scherptediepte kan worden vergroot (zodat het gebied dat scherp wordt afgebeeld zich uitbreidt) door een diafragma in te stellen dat het gebruikte lensoppervlak verkleint, maar dit gaat dan ten koste van de lichtsterkte. Naast het diafragma zijn de afstand tot het scherpstelpunt en de brandpuntsafstand van de lens de factoren die de scherptediepte bepalen:

  • Hoe groter de brandpuntsafstand, hoe kleiner de scherptediepte
  • Hoe kleiner het diafragma (dus hoe hoger het F-getal), hoe groter de scherptediepte

Inhoud

Verstrooiingscirkels

Wanneer de diafragmaopening wordt verkleind zal de lichtkegel veel 'spitser' binnenvallen. De cirkels (verstrooiingscirkels) worden dan ook kleiner en dus scherper afgebakend. Om nu te bepalen wat door mensen als scherp wordt beschouwd zijn er afspraken gemaakt en voor het kleinbeeld formaat geldt dat scherp overeenkomt met een verstrooiingscirkel met een diameter kleiner dan 1/30 mm.

De scherptediepte is dus het hele gebied (niet alleen op het instelpunt waarop is scherp- gesteld, maar ook op het gebied er voor en er achter) waarbij de verstrooiingscirkels kleiner zijn dan 1/30 mm. Dit gebied is overigens niet gelijkmatig 'verdeeld'; de scherpte van het gebied voor het scherpstelvlak is kleiner dan het gebied er achter. Bij de zogenaamde hyperfocale afstand loopt het scherptegebied achter het scherpstelpunt door tot in het oneindige.

De scherptediepte is dus te beïnvloeden door het veranderen van het diafragma.

Scherptediepte bij groothoeklens versus telelens

Een groothoeklens (met een korte brandpuntsafstand) heeft een veel grotere scherptediepte dan een telelens (met een grote brandpuntsafstand), de scherptediepte is namelijk omgekeerd evenredig met het kwadraat van de brandpuntsafstand maar dat gaat alleen op bij dezelfde instelafstand en diafragma. Op korte afstand: Wanneer de instelafstand bij beide objectieven ongelijk is maar de afbeeldingsmaatstaf gelijk, dan is de scherptediepte ook gelijk. Het enige wat in deze situatie dan verandert is het perspectief.

In de fotografie wordt de scherptediepte van een foto onder meer artistiek gebruikt. Het is niet automatisch zo dat de grootste scherptediepte ook de mooiste foto oplevert; vaak is het mooier als alleen het hoofdonderwerp van de scène goed scherp wordt afgebeeld. Ook kan een onscherpe afbeelding van voor- of achtergrond een dieptewerking geven. Afhankelijk van het gewenste effect kan de fotograaf kiezen voor een grote of geringe scherptediepte door de keuze van het objectief en het diafragma.

Scherptevlak

Het vlak waarop scherp wordt gesteld en waarvoor en waarachter zich de scherptediepte afspeelt. Bij 'normale' camera's ligt dit vlak evenwijdig aan de film in het toestel. Bij technische camera's kan het objectief ten opzichte van het filmvlak worden gekanteld waardoor het scherptevlak (volgens de voorwaarde van Scheimpflug) heel anders kan komen te liggen. Ook dan is de scherptediepte een bandbreedte 'voor' en 'achter' dit vlak hoewel dit dan geredeneerd is vanuit de lens en niet vanuit het projectievlak.

Externe links

Bronvermelding

Deze tekst is een bewerking van een originele tekst, afkomstig uit de 'reguliere' Wikipedia, waarvan de link is: http://nl.wikipedia.org/wiki/Scherptediepte

Personal tools