Camjo
Camerajournalisten, of "camjo's", maken deel uit van een nieuwe ontwikkeling in de televisiejournalistiek. Een camjo maakt zijn reportages volledig zelfstandig. Hij maakt zelf de opnames met zijn videocamera, registreert het geluid en monteert ten slotte ook zelf de beelden. Het kan zijn dat hij de reportage bovendien ook nog eens zelf van commentaar voorziet. Het camjo-principe, of de polyvalente journalist, kadert in een filosofie die het grondplan van een televisiestation compleet hertekent. "DV native, van lens tot antenne" luidt het motto. Videosignaalverkeer ruimt plaats voor datatransport. De gehele postproductie- en transmissie-infrastructuur wordt daardoor tot een netwerk van enkele computers gereduceerd. De gemaakte beelden worden gemonteerd op een computer (meestal laptop). Hierbij maakt de journalist gebruik van editing-programma's zoals Avid Xpress DV, het softwarepakket waarmee hij het klank- en beeldmateriaal kan knippen en plakken.
De echte doorbraak van het systeem komt wanneer Michael Rosenblum ten tonele verschijnt. Rosenblum wordt tegenwoordig aanzien als de "geestelijke vader" van de videojournalist. In 1988 was Rosenblum producer bij het nieuws op de Amerikaanse zender CBS. Hij voelde zicht echter niet zo goed bij de gang van zaken op de nieuwsdienst. Hij had het gevoel buitengesloten te worden van het ware nieuws, omdat er een strakke taakverdeling heerste op de redactie. Hij nam ontslag, kocht een camera en ging bij een Palestijnse familie in de Gazastrook wonen. Daar bleef hij een maand logeren en maakte iedere dag nieuwe beelden. Hoewel hij Tv-producer was, had hij nog nooit eerder een camera aangeraakt, vanwege door de vakbond opgelegde regels. Terug in de Verenigde Staten verkocht de joodse journalist zijn opnames voor 50.000 dollar. Het motiveerde Rosenblum blijkbaar enorm, want de volgende jaren reisde hij de wereld rond, op zoek naar verhalen, enkel vergezeld van een kleine camera. In 1990 werd Rosenblum door de Zweedse biljonair en industrieel Jan Stenbeck gevraagd om zijn technieken te onderwijzen aan plaatselijke journalisten. Stenbeck wilde namelijk een nieuwe Scandinavische commerciële zender beginnen: TV3. Het was de eerste maal dat Rosenblum gevraagd werd om videojournalisten op te leiden. Na een verblijf van twee jaar in Zweden keerde de man terug naar Amerika. Terug in de VS kwam Rosenblum met Paul Sagan in contact, die op dat moment adjunct-directeur van een nieuwe Tv-station, New York 1, was. NY1 zendde 24 uur per dag uit, en Sagan vond Rosenblums methode zeer geschikt voor de nieuwe zender. Tot op de dag van vandaag werkt NY1 nog altijd met dit concept. Het volgende project zag Rosenblum nog grootser: een internationaal bedrijf dat camjo's over de hele wereld uitstuurde om reportages te maken. Maar niet alles verliep van een leien dakje. Zonder enige vorm van opleiding, tenzij een continu proces van trial and error, werden enkele journalisten, bij wijze van experiment met enkele Super High 8 camera's op pad gestuurd. De resultaten waren niet bijster geslaagd. Maar het potentieel van de nieuwe werkwijze kon de mogelijke investeerders blijkbaar wel over de streep trekken, want het nieuwe project van Rosenblum mocht van start gaan: in 1994 werd Video News International opgericht. In Philadelphia werden in het komende jaar honderden journalisten, fotografen en zelfs krantenjournalisten opgeleid tot camjo's, telkens gedurende een opleiding van drie weken. Maar VNI bleek achteraf toch geen onverdeeld succes. Na vele disputen en wissels aan de top van het management, werd het bedrijf uiteindelijk in 1995 verkocht aan de New York Times, die de zender omdoopte tot NYT-TV. De meeste camjo's werden wandelen gestuurd. Toch gaf Rosenblum het niet op. Hij startte zenders op, die op een gelijkaardige manier als NY1 tewerk gingen, Het Britse Channel 1 en het Zwisterse Telezuri zijn maar enkele van de voorbeelden. Ondertussen doorkruiste de man ook de rest van de wereld om camjo-opleidingen te geven. Volgens Piotrowski zou Rosenblum tussen 1992 en 2002 rond de 3000 videojournalisten opgeleid hebben. Ook in Vlaanderen werden de eerste voorzichtige stappen gezet in de richting van videojournalistiek. In september 2002 besloot Kanaal 3 om nog uitsluitend met camjo's verder te werken. De mensen achter dit concept waren Olivier Van Raemdonck (die ondertussen de zender alweer verlaten heeft) en Jan Smekens (ex-chef nieuws VTM), die het Amerikaanse voorbeeld volgden. Later is ook TV Limburg, onder impuls van Philip Hilven, op de kar gesprongen. De regionale zender werkt nu ook al gedeeltelijk met camjo's.
Een bekende Nederlandse Camjo is Frans Bromet.
Bronvermelding
Deze tekst is een bewerking van een originele tekst, waarvan de link is: http://users.telenet.be/aboriginal/index.html
